Overzicht BZ Projecten

Dijkmonitoring Waterschap Limburg

Waterschap Limburg wil graag innovatief, duurzaam en bovenal in control zijn. Binnen het waterschap was er behoefte om aan te sluiten bij state of the art technologische ontwikkeling en de toepassing hiervan. Data en informatie zijn zeer belangrijk voor de verdere professionalisering van assetmanagement en onderbouwing van de zorgplicht. Het waterschap vroeg BZIM om hen te ondersteunen om te bepalen of en hoe dijkmonitoring en aanverwante technieken gebruikt kunnen worden voor inwinning, opslag, analyse en het dagelijks gebruik in de waterveiligheidspraktijk.

In de eerste van twee werksessies hebben we zowel de technische mogelijkheden vanuit de sector als de randvoorwaarden die het waterschap stelt aan bod gehad. Daarna hebben de collega’s van het waterschap hun input op het gebied van slimme dijken en monitoring gegeven via een enquête. In de tweede werksessie is vervolgens de link tussen wensen/eisen van het waterschap en technische mogelijkheden enerzijds gelegd met praktische toepassing op cases anderzijds. Hieruit is een beeld ontstaan van de ambities voor het toepassen van technologieën binnen het areaal en de werkpraktijk van het waterschap. Alle resultaten zijn vervolgens gerapporteerd en dienen als input voor het te vormen beleid van het waterschap voor de toekomst.

Monitoringsnetwerk Waterschap Rijn en IJssel

Waterschap Rijn en IJssel werkt aan een monitoringsnetwerk voor hun primaire waterkeringen. BZIM voert voor de eerste fase van het project, een pilotproject, het projectmanagement. Bij een succesvolle pilot volgt uitrol naar andere primaire waterkeringen.

Per eind 2022 is het eerste deel van het monitoringsnetwerk gerealiseerd. Tezamen met eerder uitgevoerde geofysische en geotechnische metingen naar de bodemopbouw moet dit leiden tot verbetering van het geohydrologisch model van het waterschap. Met een verbeterd model kan vervolgens de dijksterkte nauwkeuriger worden bepaald.

Naast de technische realisatie van het monitoringsnetwerk wordt diepe implementatie van het gebruik van geacquireerde data en informatie binnen de werkorganisatie gerealiseerd. Want alleen het actief en in min of meer dagelijkse omstandigheden gebruiken van dijkdata leidt uiteindelijk tot goede implementatie van dijkmonitoring in het dijkbeheer. De ingewonnen dijkdata wordt gebruikt ter objectieve onderbouwing van de zorgplicht en in alle levensfasen van de dijk: van beheer, beoordeling, versterking tot calamiteiten.

Polder2C’s

Het klimaat verandert. De zeespiegel stijgt. De maatschappij ontwikkelt zich steeds verder. Waterveiligheid blijft belangrijk maar staat onder druk. In het project Polder2C’s (www.polder2cs.eu) bundelen 15 partijen uit 4 landen en de EU hun krachten om gezamenlijk de waterveiligheid ook in de toekomst op peil te houden. In 2016 werkte BZIM aan de eerste plannen voor wat uiteindelijk Polder2C’s werd. BZIM werkt aan het projectmanagement, adviseerde over uit te voeren metingen en monitoring en begeleide veldexperimenten naar de sterkte van dijken.

De resultaten van het project zijn divers: aanvullend inzicht in dijksterkte, inzicht in het functioneren van diverse noodmaatregelen en het belang van kennis over de invloed van dieren op dijksterkte. BZIM voerde binnen de kaders van Polder2C’s fact-finding-onderzoek uit naar de omvang van dierlijke graverijen in de dijk. Dit deden we onder andere met rooktabletten en snelbeton (dit laatste in samenwerking met het Wetterskip). De resultaten rapporteerden we aan STOWA.

Optimalisatie grondwatermeetnet Emmen

De gemeente Emmen heeft een actief grondwatermeetnet van 74 freatische peilbuizen en wilde een optimalisatieslag van haar actuele grondwatermeetnet. BZIM heeft een advies geschreven over een optimalisatieslag waarmee de gemeente Emmen het grondwaterbeleid kan actualiseren ten behoeve van het GRP. De bestaande meetdoelen zijn herijkt in een tweetal workshops. Naast de grondwater- en rioleringspecialisten zijn hierbij ook de mensen van de afdeling projecten en van het bodemdalingsloket van de gemeente betrokken.

Op basis van de herijkte meetdoelen én ervaringen in het meetnet, klachten van inwoners en projecten (rioolvervanging, reconstructie, nieuwbouw) heeft BZIM bepaald waar peilbuizen kunnen vervallen, welke peilbuizen behouden moeten worden en waar peilbuizen bij moeten komen.

Daarnaast hebben we voor de gemeente een handleiding geschreven hoe peilbuizen te plaatsen. Hiermee wordt een eenduidige plaatsing en afwerking van peilbuizen binnen de gemeente gewaarborgd. Dit verhoogt de kwaliteit en betrouwbaarheid van de grondwatermetingen in de gemeente Emmen.

Onderzoek grondwateroverlast in woningen Hengelo

De gemeente Hengelo ontving van een aantal bewoners meldingen van vochtoverlast in de woning. Op verzoek van de gemeente heeft BZIM op locatie onderzoek gedaan naar de aard, oorzaak en omvang van de ervaren vochtoverlast. Deze onderzoeken op locatie betrof een visuele inspectie van de woning met kruipruimte en een interview met bewoners.

De verzamelde gegevens hebben we gecombineerd met de resultaten van een bureauonderzoek (maaiveldhoogte, gemeentelijk grondwatermeetnet, riolering, etc). Het resultaat was een notitie met bevindingen, advies hoe de situatie ter plaatse te verbeteren of welk nader onderzoek uit te voeren. Op de eerste locatie hebben we de gemeente geadviseerd om drainage aan te leggen op openbaar terrein. Op de tweede locatie bleek grondwater niet de oorzaak van de ervaren vochtoverlast en hebben we de bewoner advies gegeven hoe/wat verder te onderzoeken wat zijn problemen veroorzaakt. Om de situatie over te brengen naar de bewoners, hebben we de bevindingen samengevat in een schematische weergave van de grondwatersituatie én bebouwing. Hiermee hebben we het goed kunnen uitleggen naar de bewoners, zodat men (in het tweede geval) zelf goed onderbouwd verder actie kon ondernemen.

Geohydrologisch onderzoek bron Groesbeek

In het centrum van Groesbeek stromen van oudsher een aantal beken. Bij de Hervormde kerk is een bron aanwezig, die de laatste jaren is drooggevallen. BZIM heeft voor de gemeente Berg en Dal met een bureaustudie onderzocht of en hoe het mogelijk is om de beken in Groesbeek weer te laten stromen.

Met een geohydrologisch onderzoek is het brongebied van de Groesbeek in kaart gebracht. Waardoor wordt de bron van de Groesbeek gevoed? Wat is het intrekgebied van de bron? Met inzicht in het geohydrologisch systeem van de bron, werd duidelijk aan welke knoppen gedraaid kan worden en welke opties afvallen om de Groesbeek (en daarmee de andere beken) weer op een natuurlijke manier van voldoende stromend water te kunnen voorzien.

Conclusie van het geohydrologisch onderzoek was dat de stijghoogte in het grof zandige pakket, waaruit het bronwater op kwelt, tussen 2015 en 2022 is gedaald. Daardoor voert deze bron geen water meer aan de bronvijver en het bekensysteem. De toename van verdamping in het bos door klimaatverandering en interceptie van regenwater door de bomen in het bos in het intrekgebied ten westen van Groesbeek zien wij als belangrijkste oorzaak voor het dalen van de stijghoogte in het grof zandige pakket.

Droogtestudie gemeente Leeuwarden

Voor de gemeente Leeuwarden heeft BZIM de risico’s van droogte voor het bebouwde gebied in kaart gebracht: de risico’s van lagere grondwaterstanden door klimaatverandering op maaivelddaling, bebouwing, infrastructuur en groen.

Met een grondwaterklimaatanalyse op 220 peilbuizen van het gemeentelijke grondwatermeetnet heeft BZIM per peilbuis bepaald welke veranderingen in de grondwaterstanden gaan optreden door klimaatverandering. Oftewel: hoeveel stijgt de grondwaterstand in de winter en daalt deze in de zomer van 2050. In zettingsgevoelige gebieden zorgt een daling van de lage grondwaterstanden voor maaivelddaling. BZIM heeft de maaivelddaling op buurtniveau berekend en op kaart gezet.

De daling van de grondwaterstanden en de maaivelddaling kunnen extra risico’s veroorzaken: verzakkingen en scheurvorming bij woningen en infrastructuur. Bij groen een toename van sterfte en een toename van beheerkosten.

BZIM heeft samen met de gemeente met werksessies de ervaringen van de droge zomers van 2018, 2019 en 2020 gebruikt om risicomatrixen op te stellen voor de risico’s van droogte voor de bebouwing, infrastructuur en groen. Dit is op kaart gezet waarmee inzichtelijk is geworden waar welke droogterisico’s optreden als gevolg van klimaatverandering.

Voor de gemeente Leeuwarden is geconcludeerd dat voor de bebouwing en infrastructuur sprake is van een zeer laag tot laag risico op schade door droogte als gevolg van klimaatverandering. Voor de bomen is sprake van een zeer laag tot enig risico, gebaseerd op de leeftijd en conditie van de boom en de toename van de fluctuaties van de grondwaterstanden. Tot slot heeft BZIM op basis van deze risico’s de potentiële financieel schadeposten bepaald.

Herinrichting Nieuwe Wetering

Het Waterschap Drents Overijsselse Delta ontwikkelt samen met de omgeving plannen om de Nieuwe Wetering opnieuw in te richten. Dit wordt gedaan door het aanleggen van natuurvriendelijke oevers en het vispasseerbaar maken van stuwen. Verder wordt het beheer- en onderhoudsplan voor deze watergang geoptimaliseerd. BZIM vervult hier de rol van omgevingsmanager. BZIm treedt in contact met de omgeving om klanteisen op te halen en ontwerpstappen te bespreken. Dit moet uiteindelijk leiden tot een uitvoerbaar en gedragen ontwerp dat voldoet aan de regelgeving van de Kaderrichtlijn Water. Meer weten over dit project? Klik hier voor een link naar een informatievideo.

Programma-management Lumbricus

Lumbricus (Latijn: Aardworm) is de benaming van een onderzoeksprogramma van samenwerkende waterschappen en kennisinstellingen. In Lumbricus worden technieken en methoden beproefd om tot klimaatrobuuste bodem- en watersysteem op de hoge zandgronden te komen. In een tweetal proeftuinen wordt met ingelanden in pilotprojecten gewerkt aan herinrichting van beekdalen, klimaatadaptieve drainage bij agrariërs, grondbeheer met extra aandacht voor organisch stofgehalte, betere rekeninstrumentaria en nieuwe manieren van beleidsvorming met betrokkenen. Steeds gericht op het beter kunnen omgaan met periode van extremen: nat, droog of warm als gevolg van een veranderend klimaat.

Het programma zit in zijn laatste fase waarin kennisoverdracht en verantwoording van belang zijn. BZ is gevraagd deze fase van het programma te coördineren. Daarvoor gebruiken we onze kennis van hydrologie en ervaring met samenwerkingsverbanden en kennisoverdracht.

Geohydrologisch onderzoek Wekerom

Gemeente Ede werkt aan de planvorming voor een uitbreidingslocatie in Wekerom.

Voor de gemeente voeren we een (geo-)hydrologisch onderzoek uit om de randvoorwaarden voor de uitbreidingslocatie te bepalen. De grondwaterfluctuaties bepalen bijvoorbeeld in hoeverre er opgehoogd moet gaan worden. Daarnaast geven we aan welke maatregelen nodig zijn om het hemelwater tijdelijk te bergen in het gebied dan wel (vertraagd) af te voeren naar een retentievoorziening. Voor deze retentievoorziening gaan we de benodigde afmetingen en optredende peilstijgingen na. De resultaten van het onderzoek geven concrete handvaten voor de verdere uitwerking van het stedenbouwkundig plan.

Grondwateroverlast Hengelo

In Hengelo zijn diverse grondwateraandachtsgebieden. Dit zijn gebieden waarvan bekend is dat er regelmatig hoge grondwaterstanden voorkomen en de bewoners al langer tijd grondwateroverlast ervaren.

We hebben een nader onderzoek uitgevoerd om de omvang van het gebied met te hoge grondwaterstanden af te kaderen. Dit hebben we gedaan met lokaal geohydrologisch onderzoek: we hebben boringen en peilbuizen geplaatst en de grondwaterstanden gemonitord. Het onderzoek is erop gericht om de lokale situatie te begrijpen. Hoge grondwaterstanden leiden niet altijd tot overlast. Daarom hebben we ook een enquête uitgevoerd om de overlast onder de bewoners in beeld te brengen. De meetresultaten en de resultaten van de enquête hebben we geanalyseerd en gecombineerd. Vervolgens hebben we op basis van het gemeentelijke grondwaterbeleid bepaald of en waar sprake is van structurele grondwateroverlast. Het onderzoek biedt voor de gemeente de onderbouwing of en waar drainage (of andere maatregelen) nodig is om de structurele overlast aan te pakken.

Hemelwater-structuurplan Nijkerk

In Nijkerk komt bij hevige neerslag op diverse locaties wateroverlast voor. Met de klimaatverandering en de daarbij horende hevigere regenbuien is er risico dat wateroverlast vaker en langer gaat optreden. De insteek is om veel afkoppelprojecten uit te voeren om de hydraulische belasting op het gemengde rioolstelsel te verminderen. De vraag is echter waar dit afgekoppelde hemelwater naar toe kan. Vanwege hoge grondwaterstanden is infiltratie in de bodem niet kansrijk. Daarnaast is bij hevige regenval de mogelijkheid om regenwater via de beken af te voren beperkt.

We hebben samen met de gemeente Nijkerk en waterschap Vallei en Veluwe de actuele knelpunten vanuit de riolering en het oppervlaktewater in beeld gebracht. De hoofdoplossingsrichtingen om deze knelpunten aan te pakken zijn meer waterberging, bufferen en vertraagd afvoeren van het hemelwater, verbeteren van de afvoercapaciteit van het oppervlaktewatersysteem en het verminderen van de doorvoer van water uit het landelijk gebied door Nijkerk. In een werksessie zijn vervolgens locaties verkend om deze knelpunten aan te pakken. Hieruit is een breed palet aan kansrijke maatregelen naar voren gekomen. De gemeente en het waterschap kunnen de komende jaren aan de hand van het resultaat gerichte stappen zetten om de wateroverlast in Nijkerk te verminderen.

 1 2 3 >  Last ›